Tobago

30 januari t/m 18 februari 2015

Wat is Tobago een prachtig eiland, heuvelachtig groen, heel veel vogels, witte stranden, azuur blauwe zee en prachtige baaien tegen een mooie blauwe hemel.
Het was na 3 dagen op zee, vanuit Suriname, een grote verrassing binnen te varen in de Man-o-War baai.
We zijn Tobago via de noordoostkant gerond en kwamen in de prachtige Man-o-War baai waar het kleurrijke vissersdorpje Charlotteville aan is gelegen.
De zeiltocht van Suriname, zoals ik al zei, is uitstekend verlopen. We hadden de wind bakstag 4-5 BF en 1 á 2 knopen stroom mee dus we hadden flink de vaart erin.
We klokte op een bepaald moment 10 knopen snelheid, uitzonderlijk voor de Wildeman en Coen was helemaal in zijn element.
Vrijdag 30 januari om 10.30 uur, na een afstand van 387 mijl, lieten we het anker vallen.

IMG_0086

Man o War Bay met het dorpje Charlotteville

Nadat we het bijbootje hadden opgeblazen, zijn we naar de kant gevaren om in te klaren bij de autoriteiten. Wat ons meteen opviel waren de gekleurde huizen, mannen met rasta haar, ingepakt in mooie gebreide mutsen en reggae muziek. Kinderen in schooluniform en vrouwen en mannen in fel gekleurde kleding.
Het dorp zag er schoon en verzorgt uit, rondom de huizen zag je struiken bougainville en crotons in felle mooie kleuren. Door het hele dorp liepen kippen en een haan rond, een leuk gezicht.
Aangekomen bij de immigratiedienst, werden we door een vriendelijke dame geholpen. Na het invullen van verschillende papieren (van elk 4 maal) moesten we naar de douane. Ook daar moesten we weer heel wat papieren in 4 vouwt invullen, maar gelukkig lag er een carbonpapiertje tussen. De dame verwees ons weer naar de immigratiedienst, met de gestempelde paspoorten, alwaar we bij haar 50 TTD ( Trinidad en Tobago Dollar 1 euro = 7,17 TTD) afgerond 7 euro moesten betalen. We hadden geen geld omdat de bankautomaat buitenwerking was. Ook goed, dan maar de volgende dag komen betalen, want ja, als de bank geen geld heeft, dan is het niet anders. Zo makkelijk werd er dus over gedacht en zijn we de volgende dag, keurig het geld gaan brengen.
Het was tijd om het dorpje te gaan verkennen, een klein dorp met een aantal kleine restaurantjes en slechts enkele hotels, pensions en appartementen. Langs het strand zagen we gezellige plekjes waar je een heerlijk flesje biertje “ Carieb lager” voor 10 TTD ( 1.40 euro) kon drinken en dat hebben we dan ook gedaan met uitzicht op de prachtige azuur blauwe baai.

P1050153

straatje in Charlotteville

P1050160

Straatbeeld Charlotteville

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rondom Charlotteville zijn de tropische regenwouden die tegen de heuvels aan geplakt liggen, erg mooi m.n. de verschillende kleuren.
In dit tropisch regenwoud leven heel veel verschillende vogels o.a. papagaaien, kolibrie (wel 5 soorten in verschillende kleuren), fregatvogels en niet te vergeten Pelikanen. Zelfs in de baai heb ik op een ochtend heel vroeg, 3 dolfijnen gezien. Ze zwommen sierlijk door het water, prachtig gewoon.
De baai zit vol met vis waardoor de visser bootjes uit het dorp al vroeg op pad gaan om vis te vangen. In de baai is het prachtig om te snorkelen en dat hebben we dan ook gedaan. Vele verschillende soorten vis zoals red snapper, rog, makreel, remora, murene, wihoe, ballou, trompetvis en nog veel meer.

Tobago is het kleinste eiland van de twee eilanden die het land Trinidad en Tobago vormen. Tobago ligt 30 km boven Trinidad en is 42 km lang en 13 km breed en het hoogste punt is Pidgeon Peak ( 572 m).
We wilden natuurlijk ook wat van het eiland zien, dus op naar de Agyle watervallen. Deze waterval is 54 meter hoog en wordt gevormd door verschillende plateau’s.

IMG_0695

Even uitrusten en broodje eten

Het was zeer verleidelijk om een duik te nemen, dus dat hebben we dan ook gedaan. Het was een genot om in het zoete water onder de bruisende waterval te zwemmen. Na onze zwempartij zijn we bergopwaarts langs de waterval geklommen, een mooie wandeltocht.
Op de terugweg hoorde we het geluid van papagaaien en watervogels die hoog in de kruinen van bomen aanwezig waren.
Terug bij de boot kwam aan het eind van de dag een twee master met vol tuig de hoek omzeilen. Geweldig mooi gezicht, een soort van Piraten boot in de Piraten baai.
Het was het Nederlandse schip, de “Tres Hombres”. Een zeilschip zonder motor die fair transport producten vervoerd zoals rum, cacao, chocolade en wijn in wijnvaten vanuit de Caraïben naar Europa. In Europa ( Amsterdam) worden de producten per bakfiets verder vervoerd. www.fairtransport.nl
We hebben het schip bezocht, indrukwekkend, zeer spartaans, mag ik wel zeggen.

P1050087

The Tres Hombres

Het bezoek aan de hoofdstad Scarborough was een tegenvaller, geen interessante bezienswaardigheden, druk en veel bedrijvigheid van de plaatselijke bevolking. Veel kraampjes en overal, volop muziek.
Die zelfde middag zijn we met de bus naar Crown Point Store Bay gegaan ( Zuidelijkste puntje van Tobago). Een prachtige baai met turquoise zee, zeilboten voor anker of aan een meerboei en een prachtig wit strand. We zagen Pelikanen op de vissersbootjes zitten, die er voor anker lagen. Op een terras hebben we genoten van het uitzicht en met een Carieb biertje was het goed uit te houden.

P1050104

Pelikanen

P1050102

Crown Point Store Bay

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug met de bus was een ramp, we hebben erg lang moeten wachten tot er een bus kwam, waardoor we in Scarborough de bus van 18.30 uur naar Charlotteville hebben gemist. Wat bleek, de bus van 18.30 uur was niet vertrokken, omdat deze stuk was en er was geen andere bus. De eerst volgende bus zou pas om 20.30 uur gaan en dit werd achterna pas om 21.00 uur. Ja, zo gaat dat blijkbaar in deze landen.
Aangezien Tobago een eiland is met heel veel vogels, zijn we een bezoek gaan brengen aan Aventure Farm en Nature Reserve in Plymouth. De verschillende kolibries die drinkend aan een houder met zoetstof te zien waren, was indrukwekkend.Na er rond gelopen te hebben en nog andere vogels gezien te hebben, zijn we naar Scarborough terug gekeerd en vielen met de neus in de boter. De kindercarnavals optocht was net begonnen, ze liepen langs de boulevard. Geweldig om dit mee te maken, kinderen met prachtige en kleurrijke kostuums, de lachende en enthousiaste gezichten van de kinderen en hun ouders, dansend en wiegend met hun heupen op de carnavals hit van het jaar.

 

P1050182

Kinder Carrnaval in Scarborough

Aangezien de stad, wat verkeer betrof vast gelopen was, zijn we naar de hey way gelopen en daar kwam zowaar de bus van 17.00 uur. We zaten voorin de bus en Coen had de hele weg een leuke conversatie met de erg geïnteresseerde en vriendelijke buschauffeur. De chauffeur ging geen carnaval vieren maar hij ging met een aantal vrijwilligers, het plastiek afval opruimen, afval van het feestvierende publiek.
Ons werd verteld dat het carnaval in Roxborough een hele happening zou zijn, dus wij er naar toe. We reden met de bus door Roxborough en wisten niet wat we zagen. Enorme mensen massa’s die al om 10.30 uur behoorlijk aangeschoten waren. W.s. hadden ze de hele nacht tot deze ochtend gedronken en feestgevierd. De sfeer was een beetje grimmig, de politie met wapenstok en schild liep tussen het feestvierende publiek. Doorrijdend met de bus, toch uitgestapt en verder op in het dorp een rustig tentje gezocht waar we iets konden drinken. Aan verschillende locals gevraagd hoe laat de parade zou beginnen maar niemand kon ons precies de aanvangstijd vertellen.
We hadden ondertussen een schaduw plekje opgezocht en samen met een 74 jarige Canadese dame die alleen op pad was, zitten wachten op de aftrap om 15.00 uur. Het eerste optreden was aardig, alhoewel de bijpassende muziek je trommelvliezen aardig deed trillen. Men kent hier geen limiet wat geluidsniveau betreft , het staat allemaal loei hard. Het zou me dan ook niet verbazen dat er mensen zullen zijn die gehoorbeschadiging hebben opgelopen. Het tweede optreden duurde erg lang waardoor we besloten de eerst volgende bus naar huis te nemen. Al met al viel het een beetje tegen, het was een ongeorganiseerde parade die w.s. tot laat in de avond op deze manier verder zou verlopen. De bustocht was weer prachtig naar Charlotteville. Via de kust weg met prachtige vergezichten over de zee en het land en dat maakte een hoop goed.

Het prachtige eiland Tobago gaan we (helaas) verlaten en we zullen er met veel weemoed aan terug denken, wat een mooie tijd hebben we hier gehad.

 

Suriname

4 t/m 26 januari 2015

Zondag 4 januari kwamen we dan eindelijk aan bij een mooring in de Suriname rivier bij Domburg na onze grote oversteek vanaf de Kaap Verdische eilanden, zowaar een tocht van 17 dagen en ruim 1800 nautische mijlen lang. We waren moe, blij maar ook voldaan, dus hadden we een glas champagne dik verdiend.

P1040867

Onze watertaxi, de dingy

Het verblijf in Domburg ( 3 weken) was aangenaam, een goede douche, wasmachine en goed internet.
Onze jerrycans konden we vullen met drinkwater aan de dinghy steiger en dit alles voor € 8,50 de 1e week, € 7,50 de 2e week en de daarop volgende weken € 6,50.Een goed zeilersonderkomen waar s’ middags, onder het genot van een “Djongo” = 1 liter Parbo bier, het steeds gezelliger werd.
Op zondag kwamen de plaatselijk inwoners ook even van het terras genieten, contacten werden gauw gemaakt. De serveersters annex kokkinnen Shannon en Rhodesia, Harrie, onze Hindoestaanse taxi chauffeur, Jack de internet wizard, Nettie en Jelle, voormalige zeilers die zijn blijven hangen en nu allerlei hand en spandiensten verleenden en Marius, de 76-jarige (!)Creoolse werknemer, die elke dag kwam werken bij het clubhuis. Tenslotte Huib, de Nederlandse eigenaar van het restaurant annex clubhuis River Breeze, gekoppeld aan de moorings.

P1040880

Restaurant ” River Breeze”

Aangezien we ook wat van het land wilden zien, zijn we het Fort Nieuw Amsterdam gaan bezoeken samen met onze Belgische vriend Mark, een Fort op de splitsing van de Suriname rivier en de Commewijne rivier. Met een korjaal zijn we de Commewijne rivier overgestoken naar de voormalige (Nederlandse ) plantages Fredriksdorp en Margaretha. Deze ex-plantages zijn nu niet meer in gebruik, naast het plantage huis van Frederiksdorp bevinden zich nu 6 appartementen die aan toeristen worden verhuurd. Het is goed om te zien dat deze plantage Frederiksdorp, in ere hersteld is, zo kan de geschiedenis niet verloren gaan. De gebouwen op deze plantage zijn prachtig gerestaureerd, een voorbeeld voor de stad Paramaribo.
Paramaribo staat wonder boven wonder op de Unescolijst als werelderfgoed. Het oude stads gedeelte staat vol met in principe prachtige houten gebouwen in koloniale stijl. De straten zijn echter zeer slecht onderhouden. Dit geldt ook voor de koloniale huizen, zeer slecht onderhouden en bovendien kun je ook nog zomaar allerlei bouwvallig krotten tegen komen.

P1050050

Een koloniaal huis wat er redelijk goed uit ziet

We zijn ook naar de vlindertuin geweest, mede opgericht door een Nederlander. Een 20 tal vlinders worden er gekweekt voor export naar het buitenland, Dit werd tijdens een rondleiding goed en enthousiast uitgelegd. In de kweektuinen werden bovendien allerlei planten en struiken gekweekt, speciaal als voedsel voor deze vlinders om zich voort te planten. De poppen worden voor een klein deel weer binnen het bedrijf zelf gebruikt, maar een groot deel wordt uitgevoerd.

P1040939

Vele soorten poppen

Suriname, een land van vele gezichten en tegenstellingen. Een prachtig land, met zeer veel potentie, talloze bodemschatten en een schitterende natuur gevormd door het tropisch regenwoud. Het land kent vele bevolkingsgroepen Javanen, Creolen ( afstammelingen van de voormalige slaven) ,Hindoestanen, Indianen ( diep in het oerwoud), Chinezen en blanken, wonen samen in Suriname, een land 4 keer zo groot als Nederland. Meer dan ¾ bestaat nu nog uit tropisch regenwoud en is nagenoeg onbewoond. De bauxietwinning, niets ontziende houtkap door de Chinezen, het afschieten van alle dieren en de goudkoorts vormen een directe bedreiging voor dit regenwoud. De slavernij is pas in 1863 afgeschaft.
Daarna werden de Javanen en Hindoestanen op contractbasis naar Suriname gehaald,  waardoor de creolen vonden dat ze niet meer hoefde te werken. Dit lijkt heden ten dage volgens sommigen nog steeds niet geheel uit hun cultuur te zijn verdwenen. In totaal wonen er ongeveer 550.00 mensen in Suriname, waarvan de meerderheid Hindoestanen zijn ( 27%) en Creolen 26%. In Paramaribo alleen al wonen ruim 255.000 mensen. In Nederland wonen ruim 300.000 Surinamers. De Marrons wonen in het binnenland en moesten hun dorp verlaten en verhuizen toen in 1964 de twee kilometer lange Brokopondo stuwdam in de Suriname rivier is aangelegd waardoor er een wrede grens is ontstaan tussen Boven – en Beneden Surinamerivieren en velen hun toevlucht verplicht elders moesten zoeken. De bewoners van de verzonken dorpen wonen nu in zeer eenvoudige dorpen in de omgeving. Ten zuiden van het ontstane stuwmeer, het Brokopondomeer begint het echte binnenland wat veelal alleen toegankelijk is per boot, de “ korjaal” . Voor velen begint zodoende aan het einde van de weg een bootreis in het dorp Atjoni. Een ontzettend mooie korjaaltocht dwars door het tropisch regenwoud met allerlei stroomversnellingen. Op deze wijze hebben we het dorp Botopasi, aan de Beneden Suriname rivier bezocht.

Suriname is het land van de Marrons, de nazaten van de slaven. Veel jonge Marrons trekken naar de stad om daar hun geluk te zoeken. In heel Suriname beheersen de chinezen de middenstand. Overal lijken de Chinezen steeds maar opnieuw nieuwe supermarkten te openen, soms tegenover of bijna naast elkaar! De Javanen vind je met name terug in de kleine eethuisjes, de zogenaamde Warungs, waar je nasi, bami, saté, de saotosoep, roti en patat kan krijgen tegen zeer schappelijke prijzen. Bijna alle supermarkten lijken nu in handen van de Chinezen te zijn, zij verkopen van alles zowel food als non-food producten.

Terug naar het binnenland:
Na een 2,5 uur durende boottocht, kwamen we aan in Botopasi. Een tocht die ik niet snel zal vergeten, getroffen door de beelden  die ik alleen van Afrika ken. Moeders en kinderen aan de oever  van de rivier, kinderen bloot en moeders met doeken om hun middel en vaak ook geen bovenkleding aan. Op hun rug hun kindje in een doek gewikkeld. Hier werden kleren gewassen, vis schoongemaakt, de afwas gedaan en wat al niet meer. De rivier was duidelijk de gemeenschappelijke plek van heel het dorp.

P1050021

Een was, vis, speel, zwem enz plaats

P1050020

Deze jongen toont ons trots zijn visvangst

We werden hartelijk ontvangen door Aryan, de gids die ons 3 dagen lang zou vergezellen. Hij is geboren en getogen in Botopasi en weet veel van de jungle en de Marrons. Aryan heeft ons rond geleid op het terrein en onder de mangoboom hebben we genoten van vele Djongo’. Onze Wosu, originele hut, opgezocht en nog even een duik in de rivier om af te koelen, Spoedig daarna werd het eten geserveerd door Soenita, de plaatselijke kokkin. s’ Avonds weer heerlijk in de hangmat. De eerste nacht heb ik niet echt geslapen, het idee dat er beesten ( spinnen, duizendpoten, kakkerlakken enz) in mijn bed zouden komen, was een naar idee. De hut had overal kieren, dus erg gemakkelijk om als insect binnen te komen.

IMG_0212

Onze Wosu

P1040999

Slapen onder een klamboe

We hebben het dorp Pikin Slee met onze gids Aryan bezocht, een dorp van 4000 inwoners, het op één na grootste dorp van de Saramaccaners ( afstammelingen van de Marrons). In het dorp staan kleine houten hutjes van 3 bij 4 meter met een rieten dak, waar hele gezinnen in wonen. Soms staat er een bed, maar meestal slapen de mensen in hangmatten. In een kook hut was een vrouw op een vuurtje van hout aan het koken. We mochten even binnen kijken en zagen hoe de rook door het palm dak naar buiten steeg. In de kook hut hing een dikke blauwe walm van rook en tot onze verbazing sliep er een klein kind in de hangmat, bijna boven de kookpot???

P1050006

De kookhut en de baby in de hangmat

De bewoners leven nog vrij primitief. In de Suriname rivier wassen ze hun kleren, vissen dagelijks een maaltje vis, wassen de vaat en baden en zwemmen in de rivier. We zagen een jongetje met een houten stok, zijn bootje vast gemaakt met een lijntje spelend op de onverharde weg ( nou ja, van een weg kun je niet spreken) Het bootje bewoog hij zo voor zich uit, hoe simpel.
De bewoners maken cassavebrood, persen olie of drogen de noten. Ze verbouwen schaarse producten zoals bananen, pinda’s, en groenten op “ kostgrond”, een gekapt stuk bos midden in de jungle. Vervolgens steken ze de overblijfselen in brand en gaan dit stuk grond bewerken. Dit stuk grond is na 2-3 jaar niet zo vruchtbaar meer en laat men de natuur weer zijn gang gaan. Ze kennen geen meststof om de grond vruchtbaar te maken, maar kappen weer een ander stuk bos weg voor de volgende “kostgrond”.

P1040983

Kostgrond

De mensen hebben weinig, de mannen werken in Paramaribo of Frans-Guyana of als goudzoeker. Het goud zoeken laat flinke sporen na en is een ware ramp voor het milieu. Men gebruikt kwik om het goud te binden in het zand en vervolgens komt het kwik in de bodem en zodoende in het grondwater en uiteindelijk in de rivier, vissen raken besmet en daardoor natuurlijk ook de mensen. Baby’s lopen grote kans op misvormingen, maar niemand voelt zich er verantwoordelijk voor.
Met Aryan hebben we een mooie junglewandeling gemaakt. Met de hotel Korjaal zijn we op pad gegaan en onderweg zagen we grote bomen ( 30 tot 50 meter hoog, wortels van wel dertig meter en 25 cm in doorsnee), de zgn. “ woudreus “ ( Kankantrie of Kapokboom) Het is een heilige boom waar geesten in wonen en je mag deze boom geen kwaad doen, niet kappen of kloppen want dat brengt ongeluk. Verder zagen we in het woud “ bosspook” en een termietennest.

P1040993

Bosspook

P1040986

De Bosroos

Ook dit mag niet vernietigd worden omdat er ook geesten vrij komen. Hij liet ons ook kennis maken met de telefoonboom. Als je op deze boom met een stok klopt, dan galmt het geluid door het oerwoud. Op deze manier kun je aan elkaar laten weten waar je bent en allerlei andere boodschappen overbrengen. Aryen attendeerde ons op de “Bosroos”. Deze roos doen ze in het badwater en de net bevallen vrouw neemt hierin een bad, zodat haar vagina weer strak wordt. Ook niet bevallen vrouwen nemen een bad, want de man wil graag een strakke vagina.

Het respect voor de natuur is echter zeer selectief. Zelfs in het oerwoud zie je verpakkingsmateriaal en plastic flesjes.
Merkwaardig genoeg hebben we zeer weinig dieren gezien, wel gehoord in de bomen. Het blijkt dat apenvlees door iedereen gegeten wordt evenals papegaaien en gordeldieren. Voor hen is de opbrengst van de natuur heel normaal, je neemt ervan, alles wat eetbaar is, wordt afgeschoten.
Dieren als geiten en varkens houden is niet gewoon (behalve wat loslopende kippen), met als gevolg een jungle zonder dieren.
Het museum in het dorp Pikin Slee, opgericht door Nederlanders, laat de traditionele manier van leven zien. In de tuin van het museum staan houten beelden die door de specht of “ Totemboti” wordt gemaakt. ( zo noemen de 5 kunstenaars zich).
Het verblijf in Botopasi was indrukwekkend, geslapen in een Wosu met klamboe en eenvoudig gegeten in het hotel waar elke dag 3 maaltijden ( 2 x warm eten) werd geserveerd. Na drie dagen weer naar Domburg, eerst 2 uur weer met de korjaal en daarna nog 2 uur met de auto terug naar Domburg.
De maanden december, januari en februari vormen de kleine regenperiode en dat hebben we geweten. Het zijn geen kleine buitjes, maar het is een douche die je over je krijgt.
Aangezien we meer verwachtingen van het land hadden en beter weer, besloten we om verder te gaan naar Tobago.

Onze conclusie van Suriname:
Een mooi land met een prachtig tropisch regenwoud en zeer vriendelijke mensen en zeker veel potentie. Het feit dat er Nederlands werd gesproken, was een vertrouwd gevoel. Veel bewoners hebben nog banden met Nederland omdat er wel één of meer familieleden in Nederland wonen.
Het land heeft veel te bieden, bauxiet ( aluminiumerts), tropisch hout, olie, gas … maar het volk ondervindt hier geen welvaart bij. De rijkdommen worden niet onder het volk verdeeld maar verdwijnt veelal in de zakken van een kleine kring van groot industriëlen en de politieke machthebbers. Een visie lijkt vaak geheel te ontbreken
De kleine creoolse winkeltjes kunnen niet opboksen tegen de opkomende mega winkels, hotels, bouwmarkten van de Chinezen. Het onderhoud van wegen is zeer slecht ( veel wegen zijn onverhard) evenals de infrastructuur. Jaarlijks vallen er veel doden in het verkeer. Als het heeft geregend, staan de straten blank en zie je geen kuilen meer met allerlei nare gevolgen.
Geen bewegwijzering, af en toe kom je nog oude ANWB borden uit Nederland tegen.
De huizen zien er vervallen uit, geen onderhoud. Als een plank echt verrot is, dan pas gaat men er iets aan doen, eerder niet. Overal zwerfvuil, men dumpt alles overal zelfs langs de oevers van de Suriname rivier.
We zijn heel benieuwd hoe het over vijf jaar met Suriname gesteld zal zijn.
Suriname is een ontwikkelingsland waar nog héél veel moet gebeuren en waar vooral visie voor nodig is. Menig Surinamer in Nederland kunnen we nu beter begrijpen. We zullen het bezoek aan dit land niet snel vergeten.